Ieder nadeel heb zijn voordeel.

 

Ieder nadeel heb zijn voordeel.

 

 

Een Cruyffiaanse uitspraak. De term “Cruyffiaans” bestaat echt, want het staat op Wikipedia. Maar dit terzijde. Want we gaan hier niet voetbal praten maar over fotografie. De basis van de fotografie. En de basis van de fotografie is “schrijven met licht”, een letterlijke vertaling van de Griekse herkomst van het woord. In de voorgaande blogs heb ik al uitgelegd dat het vastleggen van het licht op onze camerasensor niet zo vanzelfsprekend is, want dat onze camerasensor alleen maar een hoeveelheid aanwezig licht kan vergelijken met een 18% -grijswaarde. We moeten dus de voorgestelde instelling van onze camera interpreteren. Dat was in het eerste blog. 

 

In het tweede blog hebben we geleerd dat er 3 parameters zijn, die we kunnen regelen. Dat waren het diafragma, de sluitertijd en de ISO-waarde. De conclusie was dat we niet de hoeveelheid licht konden beïnvloeden maar wel hoe het binnenlaten van het licht in de camera kon geregeld worden. En daar gaan we nu mee verder. We konden door één van de drie parameters te veranderen meer of minder licht binnenlaten, of we konden er twee aanpassen of zelfs alle drie. 

 

Maar iedere aanpassing van één van deze parameters heeft voordelen maar ook nadelen. Al zal dit zeer relatief blijken te zijn. Met andere woorden, een nadeel in één bepaalde situatie kan op een ander moment een voordeel zijn. 

 

Diafragma:

 

Laten we beginnen met het diafragma. Het diafragma is het “gaatje” in het objectief waardoor het licht naar binnen valt. Dit gaatje kan men groter of kleiner maken al naargelang men meer of minder licht wil op de sensor. Een groter gaatje laat natuurlijk meer licht door maar men duidt dat aan met een kleiner getal. Men spreekt van diafragma 2.8 bijvoorbeeld en kort dit af als f2.8. Dit is dus een grote opening voor als je veel licht wil binnen laten. Dat is dus het voordeel, namelijk dat we bijvoorbeeld in slechte lichtomstandigheden de sensor toch voldoende kunnen belichten. Nadeel is dan dat de scherptediepte in verhouding afneemt. Dus een grotere opening laat meer licht binnen maar vermindert de scherptediepte. Dat is dus een nadeel als we een grote scherptediepte willen, zoals bijvoorbeeld om groepen te fotograferen of landschappen, of overzichten,… Vaak willen we echter niet zoveel scherptediepte. En dan is het dus een voordeel om een groot diafragma te kunnen kiezen. Stel je voor dat ik een romantisch portret wil maken in een interieur waar weinig daglicht binnenvalt. Ik wil de persoon zelf scherp hebben maar de achtergrond wazig om niet te storen. Dan komt een groot diafragma me dus goed uit. Dubbel voordeel. Dus de omstandigheden kunnen bepalen of een bepaalde instelling een voordeel is of niet. 

 

beperkte scherptediepte in een portret
In dit portret is de scherptediepte met opzet beperkt door een groot diafragma te gebruiken om de foto meer perspectief te geven. De scherptediepte is ongeveer zo lang als haar rechter wenkbrauw.

Sluitersnelheid:

De sluitersnelheid regelt de tijd dat we het licht doorlaten naar de sensor en dat wordt dus geregeld door gordijnsluiters. Hoe korter deze tijd, hoe minder licht we doorlaten, dat is logisch. We spreken dan meestal ook van delen van een seconde, bijvoorbeeld 1/60 sec of 1/500 sec, maar het kan ook zijn dat we wel eens heel lang willen belichten voor nachtopnamen en dan blijft het gordijn vaak meerdere seconden open. Een lange sluitertijd is dus een voordeel als we meer licht willen hebben op de sensor maar tegelijk kan dat een nadeel zijn als we een bewegende persoon of een voorwerp in beweging willen fotograferen; als we dus de beweging willen bevriezen. Als we als voorbeeld een danseres nemen dan zou het kunnen dat we het gezicht van het meisje in de beweging haarscherp willen weergeven als in een portret. Maar het kan ook zijn dat we de elegantie van de beweging willen weergeven en dat het dansende meisje als gekleurde strepen wordt afgebeeld. Dan gebruiken we dus een lange sluitertijd van bijvoorbeeld 1/8 seconde.

 

ISO:

De ISO-waarde of de gevoeligheid van de sensor kunnen we instellen, rekening houdend met de hoeveelheid licht die ter beschikking is. Dit stamt nog uit de analoge tijd van de filmrolletjes, die een vaste gevoeligheid hadden. Je kocht dus een filmrolletje van 50 ASA of van 400 ASA, respectievelijk om te gebruiken bij veel licht of bij weinig licht. De term ASA is nu vervangen door ISO. Dus als we meer licht willen vangen verhogen we de ISO-waarde van de camera. Anders uitgedrukt: we verhogen de gevoeligheid van de sensor. Het nadeel van een hoge ISO-waarde is dat de kans op ruis in ons beeld toeneemt. In het Engels noemt men dat ‘noise’ en ‘bruit’ in het Frans. Men ziet dan een korrelig aspect in de schaduwpartijen van je foto. De huidige camera’s worden steeds beter in ruisonderdrukking en kunnen dus beter met slechte lichtomstandigheden omgaan. Men moet wel opletten dat men ruis niet met ‘korrel’ verwart. Vaak wordt in een nabewerking van zwart-witfoto’s korrel toegevoegd om een wazig en dromerig effect te bekomen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samengevat: 

 

 

  • een grotere diafragma-opening (kleiner getal) laat meer licht binnen maar beperkt de scherptediepte. Deze kleinere scherptediepte kan nuttig zijn om meer perspectief aan je foto te geven.
  • een langere sluitertijd laat ook meer licht binnen maar kan een soms een nadeel zijn en soms een voordeel. Een langere sluitertijd kan een voordeel zijn als we beweging willen suggereren of weergeven. 
  • een hogere ISO-waarde maakt de sensor gevoeliger voor licht dus kunnen we zonder flitslicht in slechtere lichtomstandigheden werken. Nadeel kan zijn dat er ruis optreedt. 

Commentaar schrijven

Commentaren: 0